Oefeningen
Bij alle bijzondere verrichtingen moet je het overige verkeer voor laten gaan. Kijk eerst voordat je besluit om te gaan stoppen of het wel mag en/of kan.
Achteruit in een vak parkeren
Achteruit in een parkeervak inparkeren is een bijzondere verrichting. Bij het uitvoeren van bijzondere verrichtingen moet je al het overige verkeer rondom de auto altijd voor laten gaan. Je hebt dus nooit voorrang als je bezig bent met een bijzondere verrichting.
Voordat je aan het achteruit parkeren begint zul je moeten kijken of er natuurlijk een plaatsje vrij is en of deze ruimte genoeg biedt om te parkeren. Na het parkeren is het namelijk handig dat beide deren nog voldoende open kunnen om uit te stappen. Sommige mensen hebben moeite met de auto achteruit in een vak parkeren en zetten de auto nog wel eens ‘net’ binnen het vak.
Stap 1We hebben een plaatsje gevonden tussen de groene en de blauwe auto. We zorgen dat we ongeveer zijdelings 1 meter van de parkeervakken vandaan blijven en dat de auto haaks staat ten opzichte van de parkeervakken en de wielen rechtuit staan. |
|
Stap 2Je rijdt het vak voorbij waar je wilt inparkeren. Om het richtpunt op te zoeken begin je met het tellen van lijnen na jouw vak. Je zet de auto stil als de derde lijn na jouw vak bij de voorkant van de auto is. Je zet de versnelling in de achteruit, je kijkt in je binnenspiegel, linker buitenspiegel en linker dode hoek. Op het moment dat je langzaam rijdt stuur je direct, volledig rechtsom. Tussendoor blijf je om de auto heen kijken. Houd ook vooral achter de auto goed in de gaten! |
|
Stap 3Blijf tijdens de uitvoering van de verrichting goed om je heen kijken. Houd naderend verkeer in de gaten en stop indien nodig. Kinderen verstoppen zich graag tussen auto’s en houd daarom alles achter de auto ook goed in de gaten. Je kunt de uitvoering beter onvoldoende hebben dan het kijken onvoldoende… |
|
Stap 4Als je op het punt komt dat de auto bijna recht staat stuur je het stuur linksom. Stop met sturen zodra de wielen rechtuit staan. Let even op want je kunt aan het stuur niet altijd zien hoe de wielen staan. Het stuur kan recht staan, maar de wielen een heel eind ingedraaid. Langzaam rijd je door totdat je mooi midden op het vak staat. Bij het uitstappen kijk je altijd in je buiten spiegel en over je linker schouder. |
|
Bij het verlaten van een parkeervak op deze manier zijn een aantal zaken weer erg belangrijk:
Houd kinderen extra in de gaten voor en tussen de auto’s, de schieten er ineens tussendoor!
Stuur niet direct de richting op die je op wilt, rijd het vak recht uit, totdat de helft van de auto nog in het vak staat, dan stuur je. Rijd met slippende koppeling en zorg dat je bij het maken van je draai niet uitkomt op de weghelft van de tegenligger. Dit is niet verboden, maar niet netjes. Soms kan het gewoon verstandiger zijn om het wel te doen, maar.. Kijk altijd bij wat je doet!