Oefeningen
Bij alle bijzondere verrichtingen moet je het overige verkeer voor laten gaan. Kijk eerst voordat je besluit om te gaan stoppen of het wel mag en/of kan.
Vooruit in een vak parkeren
Vooruit in een parkeervak parkeren is een bijzondere verrichting. Bij het uitvoeren van bijzondere verrichtingen moet je al het overige verkeer rondom de auto altijd voor laten gaan. Je hebt dus nooit voorrang als je bezig bent met een bijzondere verrichting.
Voordat je aan het parkeren begint zul je moeten kijken of er natuurlijk een plaatsje vrij is en of deze ruimte genoeg biedt om te parkeren. Na het parkeren is het namelijk handig dat beide deuren nog voldoende open kunnen om uit te stappen. Sommige mensen hebben moeite met de auto achteruit in een vak parkeren en zetten de auto nog wel eens ‘net’ binnen het vak. Bekijk voordat je parkeert of er obstakels in de buurt van het parkeervak zijn, denk bijvoorbeeld aan lantaarnpalen. Het vooruit inparkeren in een parkeervak kan rechts en linksom er veranderd weinig aan de manier waarop je het doet, dat blijft hetzelfde. Het enige wat wel anders is, is de kijktechniek.
Verplaats je de auto naar links (om welke reden dan ook) dan kijk je: in de binnenspiegel, in je linker buitenspiegel en over de linker schouder.
Verplaats je de auto naar rechts (om welke reden dan ook) dan kijk je: in de binnenspiegel en over je rechter schouder.
Voor beiden kanten geldt: Als er tijd zit tussen het kijken en het beginnen met de verrichting moet je een zogeheten ‘controle’ doen, je kijkt dan nogmaals over de linker of rechter schouder om te kijken of er inmiddels verkeer naast de auto zit, je moet ze altijd voor laten gaan.
LET OP: Het kan zijn dat de kijktechnieken licht afwijken van hetgeen ik hier omschrijf. Ook kan je instructeur je andere richtpunten geven om de bijzondere verrichting uit te voeren.
Stap 1Zodra we een plaatsje zien gaan we eerst kijken of de weg vrij is, binnenspiegel en over de rechter schouder en als het vrij is geef je richting aan. We gaan vooruit inparkeren tussen de groene en blauwe auto. Houd tussen de zijkant van jouw auto en de parkeervakken ongeveer 1.5 meter tussenruimte. Je kunt in deze situatie beter teveel ruimte nemen dan te weinig. Sommige grote auto’s gebruiken het hele vak waardoor je dus extra moet opletten met insturen, in dit geval de blauwe. |
|
Stap 2Vlak voor het moment dat de voorkant van je auto gelijk is met de eerste lijn van jouw vak kijk je over je rechter schouder. Dit is een controle omdat er in de tussentijd ander verkeer naast je kan zitten. Direct nadat je gezien hebt dat het vrij is stuur je volledig rechtsom. Houd de snelheid zeer laag, druk de koppeling constant tegen om de controle over je snelheid te krijgen, erg belangrijk! |
|
Stap 3Houd het stuur geheel rechtsom gestuurd. Het kan zijn dat je tussendoor toch licht moet corrigeren omdat het blijkt dat je het net fout ingeschat hebt. Geen probleem, corrigeer lichtelijk. De snelheid waarmee je dit uitvoert is stukken lager dan de snelheid waarmee een mens loopt. Echt rustig aan dus! Houd het verkeer tussendoor rondom de auto goed in de gaten! |
|
Stap 4Als de auto bijna recht in het vak staat stuur je de wielen linksom totdat ze recht staan. Schat de neuslengte goed in zodat je netjes in het vak staat. Het achteruit verlaten van een parkeervak is lastig omdat het overzicht ontbreekt. Auto’s ontnemen het zicht en de achterkant van de auto steekt al uit voordat je iets kunt zien. Wees hier op bedacht en rijdt zeer rustig het vak uit terwijl je goed om je heen kijkt. |
|